Golgotha 3 uren duisternis

Afbeelding: Golgotha

Van zondag - via Goede vrijdag - tot zondag 12 april 2020 Pasen.

Het vierde kruiswoord: Mijn God, mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten? Markus 15: 34b.

Met deze woorden zijn we in het diepst van Jezus’ lijden. Het is ongeveer drie uur in de middag en het wordt donker. Het ogenblik van sterven nader nu snel.

God van God ontdaan, wie kan dat verstaan? Met deze woorden beëindigde Maarten Luther zijn over-denking van het vierde kruiswoord. Drie dagen en nachten had hij roerloos op zijn stoel gezeten, zonder te eten, te drinken en te slapen, alsmaar bezig met de vraag, hoe het toch mogelijk was, dat Christus aan het kruis van God verlaten was geweest.
Het vierde kruiswoord is voor Luther een niet te doorgronden mysterie geweest. Hij kwam er niet uit.
Geen wonder. Want wie kan dit geheimenis verklaren? Zeker, Jezus heeft met deze bange roep niet ge-zegd, dat God van God verlaten was. Hoe zou dat kunnen? Hij, de God-mens schreeuwt het hier uit, dat Hij de draagkracht van Zijn Vader niet meer ondervindt. Maar ook als we het zo zeggen, blijft het een diep geheimenis, dat in Jezus’ Persoon, God en mens als het ware uit elkaar gerukt worden.

Verlaten
Dr. H.F. Kohlbrugge (1803–1875) vertelt ergens, dat hij eens op bezoek was bij zijn vriend Twent die da-gen lang in een geestelijke duisternis had verkeerd. Maar toen zij beiden Jesaja 54 gelezen hadden - het kruisevangelie in het Oude Testament – wandelden zij samen opgeruimd door de kamer heen.
‘Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen. In een klei-ne toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij Uwer ontfermen, zegt de Heere, Uw Verlosser’ (Jes. 54:7,8).
Waarom? Antwoord: opdat er van u hoe langer hoe meer een bedelaar zou overblijven aan de troon van Gods genade. En opdat u een en al verwondering zou zijn over Gods goedertierenheid: mijn God, waar-om hebt U mij kunnen aannemen als Uw kind? ‘Door U, door U, Heere Jezus alleen, om ’t eeuwig wel-behagen‘ (Ps. 89:8 midden ber.).

Uit een preek van Ds. C. den Boer, [1931-2019] over Mark.15:34 (4e kruiswoord)
Van Goede Vrijdag naar Pasen


Leeg graf

De Kruisberg wordt zo stil, zo angstig donker, zo zwart als op de dag dat God zei: ‘Daar zij licht!’
Geen licht van zon of maan, geen stergeflonker: God slaat Zijn handen voor Zijn lichtend aangezicht.

Nu moet Zijn Zoon, Zijn Eerstgeborene, sterven, en Hij, Die in de donk’re nacht geboren werd,
moet in nog dieper nacht Zijn Vader derven, de duivel heeft de weg voor engelen versperd.

Hier kunnen zij hun: ‘Eer zij God’ niet zingen, het licht van Efratha lijkt eeuwig uitgedoofd
en vrede op aarde is één van die dingen waar slechts een dwaas, waar slechts een kind nog in gelooft.

’t Wordt donkerder op Golgotha - Gods handen, waarop de Vader steeds Zijn Zoon gedragen heeft
en die de hemel en de aard omspanden, zij laten Jezus los - en de aarde heeft gebeefd –

Nu zal de duisternis de aard bedekken, de engel van de dood zweeft om de heuveltop.
De derde dag zal God Zijn Zoon weer wekken. Dan is het Pasen!…Zie, de Morgenster gaat op!

De Opstanding – Markus 16: 2 - 6

2 En heel vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging.
3 En zij zeiden tegen elkaar: Wie zal voor ons de steen van de ingang van het graf wegrollen?
4 En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen weggerold was, want hij was heel groot.
5 En toen zij het graf ingegaan waren, zagen zij aan de rechterzijde een engel zitten, gekleed in een wit, lang gewaad, en zij waren ontdaan.
6 Maar hij zei tegen hen: Wees niet ontdaan. U zoekt Jezus de Nazarener, de Gekruisigde. Hij is opge-wekt! Hij is hier niet; zie de plaats waar ze Hem gelegd hadden.