thomas

Zondag 9 mei - Openbare geloofsbelijdenis – 16:15 uur - Oude Kerk.

Foto Thomas en Jezus

Een late Pasen voor Thomas: Niet zien en toch geloven.

‘Na acht dagen waren Zijn discipelen opnieuw binnen, en Thomas met hen, en Jezus kwam.’ (Johannes 20 vers 26) Lezen: Johannes 20 vers 24 t/m 31

Het eerste dat opvalt, is dat het opnieuw de eerste dag van de week is, wanneer de Heere Jezus verschijnt in de kring van Zijn discipelen. Hij komt op die dag om in hun midden te zijn. Dat is niet toevallig. Sinds Pasen is dat de dag van en voor de Heere. Wij gedenken elke zondag Zijn opstandingsdag.
Wat vervolgens opvalt, is de aanwezigheid van Thomas. Hij wordt apart vermeld, al is dat geen eervolle vermelding. De man heeft intussen een hele week in het donker gezeten, terwijl het Licht van de nieuwe dag allang is opgegaan. De schuld daarvoor ligt niet bij de anderen. Zij hebben Thomas bezocht om hem te vertellen dat ze Jezus gezien hebben: ‘Thomas, luister goed! Hij leeft!’
Maar uit vers 25 leiden we af dat Thomas hen niet vriendelijk ontvangen en aangehoord heeft. Thomas vindt hen maar een lichtgelovig stelletje. Zolang ik die tekenen niet met mijn eigen ogen zie, zal ik niet geloven! Hoort u wel hoe venijnig dat klinkt? Thomas laat zich niets aanpraten.

Een week later is hij er toch. Blijkbaar hebben de anderen de moed niet opgegeven. Een mooi voorbeeld voor ons! Maar we kunnen ons voorstellen hoe Thomas er gezeten heeft. Hij gelooft niet zomaar!
Dan komt Jezus! Vindt u dat geen wonder? De Heere heeft gezegd dat Hij naar Galilea zou gaan en dat zij Hem daar zouden zien. Maar Hij is nog niet vertrokken. Eerst moet dat ene schaap terug zijn in de kudde. Hij is na Pasen helemaal de Herder Die de kudde voorgaat en het dwalende schaap erbij haalt!
De woorden die Hij dan spreekt, maken duidelijk dat Hij weet wat er in het hart van Thomas omgaat.
Dat laat Hij merken. Daarna komt pas het verwijt en de vermaning: ‘Wees niet ongelovig, maar gelovig.’
Intussen heeft Thomas zijn Heere beleden zoals nog geen van de anderen het gedaan heeft. Hij is hen allemaal vóór! Daarom moest hij in de kring van de broeders zijn. Daar ontmoet Jezus zulke mensen en leert Hij hun de wet van Pasen: niet zien en toch geloven. Waar het Evangelie klinkt van de Gekruisigde Die de Opgestane is, mogen mensen als Thomas mee belijden dat de HEERE God is.
Jongeren, wanneer jij hoort hoe Thomas de Heere belijdt, word jij dan jaloers? Hier wordt jou de weg gewezen tot deze belijdenis.
‘Mijn hart roept uit tot God, Die leeft, en aan mijn ziel het leven geeft’.