Mijn tijden in Gods hand

“Ik vertrouw op U, HEERE. U bent mijn God. Mijn tijden zijn in Uw hand.”

Ps. 31:15 en 16a

Wat een Godsvertrouwen spreekt er uit deze woorden. David weet: “Niet mijn vijanden bepalen uiteindelijk hoe de dingen lopen. En ik zelf al helemaal niet. Nee, het ligt alles in Gods hand. Mijn tijden zijn in Gods hand en daar is het goed.”

Wat bedoelt David met mijn tijden? Dat is heel zijn leven, met zijn hoogte- en zijn dieptepunten. Heel het leven, in zijn kwetsbaarheid ook. Vandaag gezond, morgen ziek. Vandaag op de toppen van het geloof, morgen in het dal. Vandaag zo dicht bij God en morgen gooi ik het allemaal weer te grabbel door mijn zonde. Kwetsbaar en tóch: vertrouwen bij David. Want hij weet: de HEERE draagt me er doorheen.

David vertrouwt op Gods hand. Dat is de hand die hem geschapen heeft. Het is de hand die hem leidt, ook door het donker. Het is de hand van Hem Die eens, in de volheid van de tijd, Zijn enig Kind losliet. De hand die Zijn Kind overgaf aan de zonde van deze wereld.

Dat is de diepste troost van onze tekst. Mijn tijden in de doorboorde hand van Christus. Heel mijn leven veilig en geborgen in Hem, in wat Hij heeft gedaan. Wat een bemoediging, als we dat in het geloof weten. Dat ik niet mijzelf door het leven hoef te dragen. En dat ik uiteindelijk niet afhankelijk ben van andere mensen. Maar dat alles van mijn leven veilig is bij God. Zijn hand als een beschutting om mijn leven.

Dat is eeuwige heerlijkheid, als ik alles van mijn leven in Zijn hand weet. Want als het in Zijn hand is, hoef ik me er niet meer aan te vertillen: mijn zonden, mijn schuld, mijn falen, mijn onvermogen. In het geloof te weten: Gods hand is geen slaande hand, vol toorn. Zijn hand is een uitgestoken hand, die mij vergeving en bewaring schenkt. Wat zorgt de HEERE goed voor al Zijn kinderen!

Dat vraagt van ons overgave aan Christus. Belijden van onze schuld, erkennen dat als we ons leven in eigen hand houden er enkel verlorenheid overblijft. Maar dan, in de weg van het vluchten tot Christus, door de Geest, deze belijdenis overhouden: “Mijn tijden, alles wat van mij is, al dat halve en dat kapotte, al wat ten dode opgeschreven is, dat alles in Zijn hand!” En in Zijn hand wordt het vergeven, vernieuwd en komt er uitzicht: eeuwig uitzicht!

Is het uw belijdenis? Leeft u zo uit het volbrachte werk van Christus? Dan zult u het Hem zeggen: “Heere Jezus, U door God verlaten, zodat ik nooit meer verlaten word. Heere Jezus, U gaf Uw bloed, zodat ik niet de eeuwige dood hoef te sterven. Heere Jezus, mijn tijden in Uw hand. Ik niets en U alles.”

Dat is het wonder van het Evangelie: dat de HEERE, aan mij die niets heeft, alles wil schenken. Heel de volheid van Zijn doorboorde handen. Belijd het mee: mijn tijden in Uw hand.

                                                                                                                      ds. J.K.M. Gerling