vuurtoren 

Na de viering van het Heilig Avondmaal - Zondag 24 februari

Een Bijbels kernwoord: Toevlucht - 24 februari 2019

Zij zijn, alles overlegd hebbende, gevlucht naar de steden van Lycaonië, namelijk Lystre en Derbe, en het omliggende land en verkondigden aldaar het Evangelie (Hand.14:6).

1. In Hand.14:6 wordt het Griekse woord 'katafeugoo' [zijn toevlucht zoeken] in letterlijke zin gebruikt voor de vlucht van Paulus en Barnabas naar Lystre en Derbe, nadat zij in Ikonium te maken hebben gekregen met pure vijandschap van heidenen en Joden om de verkondiging van het kruisevangelie.
Matthew Henri schrijft, dat hun heengaan geen roemloze vlucht was. Zij vonden daar veiligheid en hun vervolgers waren tevreden, dat zij hen kwijt waren en vervolgden hen verder niet.
God heeft schuilkelders voor Zijn volk in een storm; meer nog, Hij is en zal Zelf hun schuilplaats zijn.

Na de Avondmaalszondag mogen we onze ogen naar boven richten. Altijd in elke situatie de hoop vasthouden en laten wij het vertrouwen niet verliezen. Laten wij bij heldere hemel denken aan de storm en in de storm aan de Stuurman, Jezus Christus. Hij is onze Toevlucht!

Een passagiere van de Titanic [het schip dat niet kon vergaan en toch verging] had zich op het nippertje kunnen vastgrijpen aan een overvolle reddingsboot. Helaas zij kon er niet meer bij. Zij hing aan de rand van de reddingsboot in het ijskoude water, totdat zij tenslotte los moest laten. Het enige dat van haar nog gevonden is op de bodem van de boot, is een kostbare ring die van haar bevroren vinger was gevallen.

Zo hoeft het met ons niet te gaan. Op vele andere plaatsen in het OT wordt het ook ons op het hart gebonden om alleen op de Heere te vertrouwen. Het is beter tot de Heere toevlucht te nemen dan op de mens... of zelfs op prinsen te vertrouwen [Ps. 118:9 en 10; vgl. Jer. 17:5, 7].

Psalm 46 : 1
God is een toevlucht voor de Zijnen,
Hun sterkt', als zij door droefheid kwijnen;
Zij werden steeds Zijn hulp gewaar,
In zielsbenauwdheid, in gevaar;
Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,
Schoon d' aard' uit hare plaats mocht wijken;
Schoon 't hoogst gebergt', uit zijne steê,
Verzet werd in het hart der zee.