Daar werd al lang naar uitgekeken. De gemeentezang is namelijk een groot voorrecht. In sommige kerken wordt de muziek toegevoegd door bijvoorbeeld 

een koor of een band. Hoe fijn is het juist om dat als gemeente, met elkaar, te kunnen doen!

De vele liederen in de Bijbel gaan over beproeving, verlossing, bevrijding, dankbaarheid, lof over Gods grote daden, enz. Zingen in de kerk is wellicht een traditie, maar ook een persoonlijk uiting van ons geloof.

Als wij organisten terugkijken naar de afgelopen maanden zien wij ook een positieve ontwikkeling. Voor corona kwam de gemeentezang soms wat traag op gang. Na de inzet van de organist duurde het even voordat de gemeente begon te zingen. Het is bijzonder, maar dat zal niet gebeuren als er zonder muzikale begeleiding gezongen wordt. Er zal dan een natuurlijke cadans ontstaan waarin iedereen de eerste woorden van de regels gelijk inzet. Zingt u in gedachten mee tijdens het voorspel van de organist, dan zult u die cadans ook ervaren.

De laatste toon van een regel duurt bijna altijd twee tellen, waarna er twee tellen rust zijn. Wanneer zowel de begeleiding als de zang dit ritme volgt, zonder op elkaar te wachten, wordt dat ook ‘in cadans’ genoemd. Zingen in cadans betekent ‘gelijk’ zingen, het gaat niet over het tempo zelf. Bij de liederen uit weerklank wordt eigenlijk al lange tijd op die manier gezongen.

Samen met de voorzangers kon het zingen in cadans nu op een natuurlijke wijze worden toegepast. Er ontstond duidelijkheid over het moment van inzetten. Een groot voordeel voor u als zingend gemeentelid, maar ook voor de organisten. Voor ons is het namelijk ook wennen om weer de hele gemeente te begeleiden en eenheid in de muziek te vinden.

Het doel van de begeleiding op het orgel is ondersteuning geven bij het zingen. Zoals een dirigent die de slag slaat en aanwijzingen geeft voor het volume en de accenten. Bij een onbekend lied kan dat wat anders liggen, omdat het dan fijn is om de melodie duidelijk aan te geven.

Wij verheugen ons erop om samen met u de psalmen, gezangen en liederen weer samen aan te mogen heffen. En dan op de wijze die samen met de voorzangers ingezet mocht worden: niet wachten op elkaar, maar samen (tegelijk) inzetten. Dit alles tot eenheid met elkaar, maar bovenal tot eer van onze God.