Stenen rapen

Vakantietijd. Tijd om erop uit te gaan, tijd om gasten te ontvangen. Zo is het zeker in BiH (Bosnië en Herzegovina). 

We zien momenteel veel auto’s met buitenlandse kentekenplaten in de stad rondrijden. Velen krijgen hun geëmigreerde kinderen vanuit de diaspora op bezoek. Uit Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Kroatië, noem maar op. Ook wij kregen bezoekers. Heerlijk, na maanden van beperkingen tijdens de Coronatijd. Er kwamen Amerikanen bij ons op de koffie, benieuwd naar onze ervaringen van de afgelopen twee jaar in Tuzla. Ze stelden belangstellende vragen over ontwikkelingen in de gemeenten, over Gods werk in BiH. We vertelden hun dat we de afgelopen tijd vooral als tijd van ‘zaaien’ hebben ervaren en niet van ‘oogsten’ (geen cijfers van grafieken en groeimodellen). De gemeenten die na de oorlog (‘92/‘95) zijn ontstaan, krimpen om verschillende redenen. Zendingswerkers kwamen en gingen. Er is inmiddels weinig openheid meer voor het Evangelie van Jezus Christus, zoals 25 jaar geleden. Getuigen in een islamitische omgeving van de bevrijdende boodschap van Jezus Die de ‘Weg, de Waarheid en het Leven’ is, vindt weinig gehoor. Moeilijk om duidelijk te maken dat we niet gebukt hoeven te gaan onder ‘het goede daden MOETEN doen’. Aan het eind van ons gesprek concludeerden we: „De grond is hard in BiH.“ Eén van onze gasten had goed geluisterd en reageerde: „Misschien is het hier nog de fase van stenen oprapen van de akker.“ Welke stenen? Stenen van onverzoenlijkheid? Ze liggen vaak onder de oppervlakte. Stof tot nadenken.

Adré en Marja Lichtendonk